Er is een blaastumor vastgesteld
U heeft net van uw uroloog gehoord dat u een blaastumor heeft. Om er achter te komen wat voor een blaastumor het is zal er een kijkoperatie volgen, een zogenaamde TUR-Blaas

TUR-Blaas
Dit is een operatie waarbij door de plasbuis geopereerd wordt. Een instrument wordt door een holle buis via de plasbuis in de blaas gebracht. Op deze manier kan de blaastumor en een deel van de blaaswand worden verwijderd. De stukjes weefsel zullen daarna door de patholoog worden onderzocht.
Na deze ingreep moet u een nachtje in het ziekenhuis blijven met een spoelcatheter. Dat is een slangetje wat in de blaas zit waardoor de blaas continu gespoeld kan worden om het bloeden te stelpen. Meestal is 1 nachtje voldoende tenzij de urine te bloederig is of u koorts krijgt.
Na het verwijderen van de blaastumor krijgt u een blaasspoeling, éénmalig om te voorkomen dat miniscule stukjes tumor zich elders nestelen in de blaas. In enkele gevallen wordt de blaasspoeling niet gegeven.
Soms treedt er een gaatje in de blaas op bij het verwijderen van de tumor.
Dit kan geen kwaad en zal probleemloos genezen. Er kan dan geen spoeling gegeven worden. Ook als de urine te bloederig is kan er geen spoeling gegeven worden.
Als u na het verwijderen van de blaascatheter goed plast mag u naar huis en krijgt u een poliklinische afspraak bij uw uroloog voor de uitslag. Tijdens deze afspraak krijgt u te horen wat het verdere behandelplan zal zijn. Wanneer er sprake is van een oppervlakkig groeiende tumor, volstaat de kijkoperatie en zal er vaak blaasspoelingen nodig zijn. Wanneer blijkt dat de tumor in de spier van blaas groeit zal in de meeste gevallen uw blaas operatief verwijderd moeten worden. Hier zal in een ander hoofdstuk uitvoerig worden ingegaan.

Blaasspoelingen
Als u een oppervlakkig groeiende blaaskanker heeft kan het zijn dat er een indicatie voor blaasspoelingen bestaat. Het verwijderen van de blaastumor alleen is niet altijd voldoende. Omdat de kans groot is dat sommige tumoren terug komen is er een indicatie om de blaas te spoelen. Dit wordt dan gedaan om de kans dat de tumor terug komt te doen afnemen. Soms wordt er gespoeld om de kans op een ernstigere vorm van blaaskanker te doen laten afnemen.
Er zijn grofweg twee soorten blaasspoelingen, Mitomycine en BCG. Welk middel voor u noodzakelijk is zal uw uroloog bepalen.
Mitomycine:
Mitomycine is een cytostaticum. Dat wil zeggen dat het tumorcellen dood. Het wordt gegeven bij oppervlakkig blaaskanker om te voorkomen dat het snel weer terug komt. De spoelingen worden in een bepaald schema gegeven. Dit gebeurd poliklinisch. Er wordt bij u een catheter ingebracht en hierdoor wordt de spoeling ingebracht. Het is heel wisselend of er klachten op treden na het geven van een spoeling. De meeste mensen verdragen de spoelingen probleemloos. Het kan zijn dat u het gevoel heeft dat u een blaasontsteking heeft. Het kan zijn dat u werkelijk een blaasontsteking heeft. Dan kan de spoeling niet worden gegeven en zult u eerst behandelt moeten worden. Er kunnen meer bijwerkingen van de spoelingen optreden. Het kan zijn dat u zeer vaak moet plassen of het gevoel heeft vaak te moeten plassen. Ook kan er een branderig gevoel inde plasbuis optreden. Het kan zijn dat u de urine minder goed kunt op houden of dat u kleine stukjes weefsel uit plast. Meestal zijn al deze bijwerkingen na een dag weer verdwenen. Als dat niet zo is kan er behandeld worden met een medicijn in overleg met uw uroloog.
BCG ( Bacillus Calmette-Guérin)
BCG is een vaccin ter preventie van tuberculose. Als dit in de blaas wordt gebracht wordt er een immuunreactie opgewekt die lokaal tumorcellen dood. Het is gebleken dat hiermee de terugkeer, maar ook het agressiever worden van de blaastumor kan worden voorkomen. BCG wordt in een bepaald schema in overleg met uw behandelend arts gegeven.
